Toen ik kwam aanrijden, zag ik R en de coördinator al bij de deur staan. Ze zwaaiden, wezen ergens naartoe — alsof ik een vliegtuig was dat moest landen. Ik had geen idee waarom. Ik parkeer om de hoek, stap uit… en poef. Ze zijn weg. Gewoon verdwenen. Alsof iemand op “skip intro” had gedrukt.
Fase 1 van mijn verbaasdheid: Waar zijn ze in hemelsnaam gebleven?
Ik loop richting het huis, zie een deur openstaan en denk: “ja hoor, dat zal wel hier zijn”. (Eerlijk: als het een ander huis was geweest, was ik waarschijnlijk óók gewoon naar binnen gelopen. Mijn sociale kompas werkt op intuïtie, niet op logica.). Ik stap naar binnen… en zie nóg een deur.
Fase 2: mijn hersenen loggen uit, mijn wangen beginnen te gloeien, en mijn begroetingsvaardigheden verdwijnen. Ik zucht bijna dramatisch, want in mijn hoofd zie ik het al helemaal: twee vrouwen, netjes klaar, kijkend hoe ik binnenkom —
voor mij is dat een ramp van het niveau live optreden op nationale televisie. En.. ja hoor…Ik doe de deur open en daar zitten ze. Twee glimlachende vrouwen, alsof ze me al een half uur live volgen op een realityshow.
Fase 3: pure verbijstering.
De coördinator zegt vrolijk:
Ooo, je bent helemaal rood! Gezond rood! Had je haast?”
En ik, in paniek:
Nee … dat is enthousiasme. Ik doe gewoon wat ik leuk vind.
En dat is waar: ik hou écht van wat ik doe. Maar mijn schok was minstens zo echt. Dan komen de vragen over de kwaliteit van het contact, complimenten, vriendelijke woorden… En ik? Ik doe wat elke zéér professionele ervaringsdeskundige zou doen: ik duik naar beneden en roep: “Ik kan het niet aan!”
Fase 4: meltdown mode geactiveerd.
Beide vrouwen buigen zich naar mij toe als twee tantes op een bruiloft: “Rustig maar, het is oké…”
En ik voel het: het wordt warm. Heel warm. Zo warm dat R de ventilator aanzet. Op volle kracht. Mijn haar begint te wapperen alsof ik in een videoclip uit de jaren 90 sta. Het enige wat nog ontbrak was rook en confetti. En op dat moment… mijn zorgvuldig opgebouwde beeld van een perfect gebalanceerde ervaringsdeskundige ging PLOP en verdween.
Daar zat ik dan: rood en met wind in mijn haar, omringd door twee vrouwen die me probeerden te kalmeren.

Plaats een reactie

Trending